Minister Demotte verklaart de oorlog aan de tabak (9 september 2003)
In een interview in La Dernière Heure van vrijdag 5 september kondigde minister van Volksgezondheid Rudy Demotte een plan aan "tegen de plaag die een alarmerende uitbreiding neemt bij de jongeren; en waarvan we weten dat ze in ons land 20.000 doden eist door actief roken en 2500 door passief roken."
In het actieplan van de minister zitten volgende maatregelen:
- Geen verkoop aan min-16-jarigen
- Rookvrije school
- Foto's op pakjes
- Meer controles in de horeca
- Rookvrije treinen
- Rookvrije werkplek
- Geen extra prijsverhogingen
RookVrij is uitermate verheugd dat Minister Demotte vastbesloten lijkt om het tabaksrookprobleem op de politieke agenda te plaatsen en hiervoor een omvattend plan uit te werken.
Meer dan een decennium is er zo goed als niets meer gebeurd.
Wat in de huidig wetgeving staat over de horeca en de werkvloer (KB van 1990 op publiek plaatsen en de horeca en het KB van 1993 op de werkplek)is totaal ontoereikend.Naast maatregelen ter bescherming tegen tabaksrookvervuiling steunt RookVrij preventiemaatregelen die het aantal rokers kan doen verminderen. Minder rokers betekent ook minder confrontatie met tabaksrook. Maatregelen tegen passief roken zijn bovendien de meest doeltreffende maatregelen om rokers aan te moedigen om te stoppen met roken. Als we op termijn minder rokers willen hebben is het belangrijk dat jongeren niet beginnen roken. Amper 10% van nieuwe klanten van de tabaksindustrie zijn meerderjarig.
Op 21 mei keurden alle landen een Kaderconventie tegen Tabak goed. Wanneer 40 landen het verdrag ratificeren krijgt dit automatisch kracht van wet in alle ratificerende staten. Het is dus belangrijk dat de minister van Volksgezondheid zo spoedig mogelijk dit verdrag aankaart met Vlaanderen en Wallonië opdat België het verdrag ratificeert. Dit is de beste garantie dat de voorgestelde maatregelen niet geklasseerd worden bij de goede voornemens.
Een kritische blik op de maatregelen die minister Demotte voorstelt:
- Geen verkoop aan min-16-jarigen
Waarom niet gewoon de leeftijdsgrens voor de verkoop van tabak op 18 jaar leggen. Amper 10% begint te roken als volwassene.
Uit alle enquêtes komt naar voren dat ook bij de jongeren de overgrote meerderheid liever zou stoppen met roken. Strenge beperkingen aan de distributiepunten kunnen hun effect hebben indien dit samengaat met voldoende sterke prijsverhogingen en het rookvrij maken van gemeenschappelijke ruimten.
- Geen prijsverhogingen
In LDH zegt de minister over prijsverhogingen: "Dit lijkt me geen maatregel te zijn die voldoende ontradend is."
Wie fluisterde de minister dit in het oor?
Naast het rookvrij maken van openbare gelegenheden en de werkplek zijn sterke prijsverhogingen het meeste efficiënte middel om het roken bij jongeren te ontraden. Het nut van "preken" tegen jongeren is beperkt. De portemonnee is de meest gevoelig plek van iedereen. Een aantal buitenlandse studies hebben een duidelijk verband vastgesteld tussen prijsverhogingen en het dalen van het aantal rokers bij tieners.
- Rookvrije speelplaats
Op dit ogenblik is het volgens het KB van 1990 niet toegelaten om te roken in schoolgebouwen. Tijdens de schooluren wordt dit nageleefd. RookVrij ontvangt wel soms klachten over naschoolse activiteiten (o.a. infoavonden voor leerlingen en ouders).
Een volledig rookvrije schoolcampus is een excellent idee. Sommige scholen met rookvrije speelplaatsen lieten het roken immers terug toe uit angst om leerlingen te verliezen of onder druk van sommige ouders.
Roken op de recreatieplaatsen creëert problemen voor kinderen met astma- of allergieproblemen tegenover tabaksrook.Dit is ook een gelegenheid om directies van instellingen voor hoger onderwijs aan het KB van 1990 te herinneren. Desnoods moet via het sturen van controleurs het roken in scholen van hoger onderwijs en vormingsinstellingen aangepakt worden. In heel wat van deze instellingen staan de gangen nog steeds vol asbakken, met alle problemen van dien voor studenten met astma.
- Foto's op pakjes
Buitenlandse voorbeelden hebben aangetoond dat dit meer effect heeft dan alleen tekst.
- Meer controles in de horeca
Dit is een nutteloze maatregel.
Een bestaande wetgeving moet worden toegepast en alle horecazaken mogen gerust drie keer per jaar gecontroleerd worden.Alleen: deze controles zijn geen maatregel tegen actief roken, noch een maatregel tegen passief roken.
De enige nuttige maatregel ter bescherming tegen tabaksrook is om de bepalingen over roken in de horeca uit van het KB van 1990 schrappen en resoluut te kiezen voor een rookvrije horeca.
De huidig wetgeving (KB van 1990 ) zegt dat als een café of restaurant het roken toelaat er (minstens) een rookfilter moet zijn en voor ruimtes groter dan 50m2 moet tevens aangegeven zijn in welk deel van de gelagzaal (tot maximum 50% van de ruimte) er gerookt mag worden. In dezewetgeving is nergens sprake van rookvrije ruimtes of niet-rokerszones.
Eind jaren tachtig heeft de tabaksindustrie België gebruikt als testcase voor het invoeren in de horeca van zijn zogenaamde accommodatiepolitiek. Hiermee werd de idee gepromoot dat een filter aan het plafond en gescheiden zones alle problemen zouden oplossen. De politici hebben dit toen geslikt wat geresulteerd heeft in het halfslachtige KB van 1990. Deze invloed laat zich nog steeds gelden bij sommige verantwoordelijken voor de volksgezondheid. Het is al positief dat het nieuwe kabinet niet opnieuw verklaart dat men moet rekening houden de belangen van de tabaksindustrie.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) en de specialisten terzake zijn duidelijk: rookfilters en rookzones zijn totaal nutteloos als bescherming tegen tabaksrook die zich over de ganse ruimte verspreidt. België keurde het Kaderconventie van de WGO tegen tabak goed waarin het zich engageert om maatregelen te nemen tegen tabaksrook in publieke ruimten. Vanuit een kabinet van Volksgezondheid kan hierop maar één reactie zijn: kiezen voor de bescherming van de gezondheid en een nieuwe wetgeving maken die ervoor zorgt dat de horeca rookvrij toegankelijk wordt voor iedereen.
Een aantal Europese landen (Noorwegen, Italië en Ierland) heeft reeds de nodig wetgeving voorzien om in 2004 over te stappen naar een rookvrije horeca, in andere landen is de discussie gelanceerd. In België moet dit debat nog gelanceerd worden.
- Rookvrije treinen
De senaat keurde tijdens de vorige legislatuur een wet goed die op volledig rookvrije binnenlandse treinen. Deze wet ging "verloren" bij het overbrengen naar de kamer. Dit ontwerp moet snel terug worden opgenomen.
- Assertief tegen roken in openbare plaatsen
De minister stelt een campagne voor om mensen bewust te maken van hun recht op rookvrije ruimtes en om iedereen aan te moedigen om te reageren als men ongevraagd en ongewenst geconfronteerd wordt met tabaksrook.
Als we dit voorstel heel principieel bekijken dan moet hierbij opgemerkt worden dat rechten ondeelbaar zijn: alle burgers hebben recht op gezondheid en dus rookvrije lucht. De antidiscriminatiewet stelt dat discriminatie op basis van persoonlijkheidskenmerken verboden is. Het opzetten van een overheidscampagne waarin geïnsinueerd wordt, hoe subtiel ook, dat men maar hadden moeten reageren en dat het zijn eigen fout is als men in de tabaksrook zit kan dan ook niet. Het gaat volledig in tegen ons rechtssysteem.
RookVrij verwacht in de eerste plaats van de politieke verantwoordelijken voor de Volksgezondheid (zowel federaal als Vlaams) een informatiecampagne die noch betuttelend noch culpabiliserend is. Het passief-rokenprobleem en de gevolgen van tabaksrookvervuiling op de gezondheid moet een bespreekbaar maatschappelijk thema worden.
Door het goedkeuren van het internationale Raamakkoord tegen Tabak verbindt ons land er zich toe om het probleem van het passief roken aan te pakken en er een belangrijk thema voor Volksgezondheid van te maken. De overheid moet nu een duidelijk signaal geven dat het probleem ernstig genomen wordt en bespreekbaar is. Uit reacties blijkt immers dat velen in allerhande omstandigheden niet reageren uit angst om voor intolerant te worden versleten.
Als
- verantwoordelijken of uitbaters van openbare instellingen en gebouwen verantwoordelijk gesteld worden om er voor te zorgen dat hun instellingen rookvrij toegankelijk zijn,
- alle werknemers in de overheidssector kunnen genieten van een rookvrij werkomgeving,
- er voldoende controleurs worden aangesteld om de bestaande wetgeving te doen naleven,
- de overheid positieve ruchtbaarheid geeft aan het rookvrij zijn van zijn eigen diensten,Dan heeft de overheid de beste campagne gevoerd om het probleem bij het grote publiek bespreekbaar te maken. Dan zal ook de sociale druk toenemen om in andere sectoren publieke ruimtes en de werkvloer rookvrij te maken. Dan zullen mensen aangemoedigd worden om op te komen voor hun rechten.
Een culpabiliseringscampagne tegenover de slachtoffers van gedwongen meeroken is psychologische gezien een verkeerde aanpak. Geen enkele campagne bv. over verkeersveiligheid heeft ooit geprobeerd om met culpabilisering van het slachtoffers een situatie te verbeteren.
RookVrij vertrouwt erop dit ook niet rond het probleem van passief roken zal gebeuren.- Rookvrije werkplek
Waarop wacht de overheid om voor zijn eigen personeel voor een rookvrije werksfeer te zorgen en hieraan de nodige positieve ruchtbaarheid te geven. Een rookvrije werksfeer gaat perfect samen met een efficiënte arbeidscultuur.
Een rookvrije werkplek voor alle werknemers houdt ook in dat werknemers in de horeca hierop recht zullen hebben.