beginpagina

 

Roken in de horeca werkt rookstopcampagnes tegen (26 februari 2006)

 

 

De FOD Volksgezondheid (helpeenroker.be 24/2) pakt in haar nieuwe rookpreventiecampagne uit met een origineel concept: probeer jongeren onder elkaar aan te moedigen om te stoppen met roken. Een leuke en positieve actie maar het is dweilen met de kraan open. Vorig jaar sprak de minister immers met de horecasector af om de drankgelegenheden d.w.z. cafés en disco's niet rookvrij te maken.

 

In landen waar de volledige horeca rookvrij is gemaakt zoals in Ierland en weldra in het Verenigd Koninkrijk groeit nu een generatie op die geen doorrookte uitgaansgelegenheden meer kent. Voor hen is gezelligheid en plezier maken niet meer verbonden met tabaksrook. De sociale druk van roken om er bij te horen zal voor die generatie niet meer gelden. Deze landen hebben zich zo een instrument in handen gegeven om jongeren aan te moedigen om er mee te stoppen maar vooral om er gewoon niet mee te beginnen.

 

In België zullen vanaf 2007 de restaurants rookvrij zijn. Alle "lagere" horecazaken, cafés, snacks en frituren ontsnappen aan dat rookverbod. Tussen deze horecacategorieën loopt ook een sociale scheidingslijn. Engeland heeft na heftige controverses uiteindelijk beslist om ook de pubs rookvrij te maken om geen sociale ongelijkheid in te bouwen: gezonde horeca mag er niet alleen zijn voor de upper classes. De kantines van tennis- en andere sportclubs zullen in ons land vanaf 2007 wel rookvrij moeten zijn. De grote meerderheid van rokers wil liever stoppen met roken. Alle sociale groepen moeten hiervan gelijk kunnen profiteren. De recente cijfers van OIVO (25/2) illustreren voor België dat verschil tussen de hogere en lagere sociale groepen. Vooral jongeren uit technische en beroepsrichtingen zetten zich het gemakkelijkst aan de sigaret.

 

Een zinnige preventiecampagne begint met het rookvrij maken van het sociale leven. Roken is een persoonlijke zaak en moet gebannen worden als sociale activiteit. De federale regering blijft echter resoluut voortgaan met het creëren van nieuwe generaties rokers en tegelijk plannen maken voor preventiecampagnes. Sommigen hebben belang bij deze gang van zaken: de tabaksindustrie die gestopte of overleden rokers moet vervangen door nieuwe jonge klanten, de campagne-industrie die verder preventiecampagnes kan verkopen en de rookstopindustrie die de middeltjes verkoopt om rokers te helpen om te stoppen, als volwassenen komen die nieuwe rokers immers terecht op een rookvrije werkplek. Voor hun verdienste om een deel van de horeca in de rook te houden en om het personeel dat er werkt het recht om een gezonde werkomgeving te ontzeggen werd de Belgische horeca door de minister van volksgezondheid beloond met 500.000 euro uit het tabakspreventiefonds. Zo vloeit ook nog een deel van de opbrengst van tabaksaccijnzen terug naar de tabaksindustrie die haar omzet bij jongeren verzekerd weet. De wet van 13-9-2004 die bepaalt dat de kaderovereenkomst ter bestrijding van het tabaksgebruik van de WGO moet worden toegepast, blijft zo een vod papier.

 

Als men deze vicieuze cirkel van "aanmaak" van nieuwe rokers en preventiecampagnes wil doorbreken is er maar één keuze en dat is, in navolging van een aantal andere Europese landen, de volledige horeca rookvrij te maken.

 

 

Raf De Ryck

Voorzitter

RookVrij vzw

26 februari 2006

beginpagina