Wereldag zonder Tabak - 31 mei 2001
Onder de provocerende maar medisch juiste slogan “Andermans rook doodt”
vraagt de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) dit jaar op de Dag zonder Tabak
speciale aandacht voor het probleem van de omgevingstabaksrook (OTR).
Van een sigaret inhaleert een roker zelf minder dan een kwart van de rook,
de rest plus de terug uitgeblazen rook vormt een mengsel van een 4000-tal
chemische verbindingen waarvan een deel toxisch of kankerverwekkend is.
Het Amerikaanse milieuagentschap EPA klasseert OTR als een kankerverwekkende
stof van klasse A wat wil zeggen dat elke blootstelling eraan schadelijk
kan zijn. De lijst van de WGO van ziektes die door passief meeroken
worden veroorzaakt is lang: longkanker, hartziekten, respiratoire infecties
bij kinderen, verergering van astma, wiegedood, irritaties aan ogen, en keel,
ophoesten van slijmen… Voor personen met ernstige ademhalingsproblemen
kan OTR bovendien een oorzaak zijn van werkverlies en sociale uitsluiting,
een uitsluiting die de samenleving voor andere groepen fysisch gehandicapten
niet meer tolereert. Wat een roker zijn eigen lichaam en longen aandoet
is zijn probleem maar gezien de actuele wetenschappelijke kennis is elk
excuus om anderen te dwingen om mee te roken misplaatst.
De overheid kan er dus niet meer omheen om de bestaande rookverboden
effectief te doen toepassen en verder uit te bereiden o.a. naar de werkruimtes.
Het OTR probleem op de werkplek was het onderwerp van de Europese Conferentie
over Rookvrije Werkplaatsen op 10-11 mei in Berlijn. De deelnemende
personen en organisaties waren het erover eens dat alleen een OTR-vrije
werkplaats (d.i. inclusief bedrijfskantines en ontspanningsruimtes) een oplossing
biedt. Gezien het gezondheidsrisico kan de overheid een wettelijk
opgelegde rookvrije werkplek niet blijven afwijzen. Het Europese parlement
drong hierop aan bij de lidstaten in een resolutie eind 1997. Iedere
werknemer moet zijn werk kunnen uitvoeren zonder dat zijn gezondheid bedreigd
wordt. De huidige Belgische arbeidswetgeving die het vaagweg heeft
over de wederzijdse verwachtingen van rokende en niet-rokende werknemers
bestendigt de blootstelling van een groot deel van de werknemers aan toxische,
kankerverwekkende en hoogst irriterende OTR. De ervaring van de reeds
rookvrije bedrijven, al dan niet met speciaal ingerichte rookruimtes, toont
aan dat een rookvrije werkplek, geen negatieve invloed heeft op productiviteit
noch op de bedrijfscultuur.
Voor gebouwen met dienstverlening voor het publiek (ziekenhuizen, concertgebouwen,
sportinfrastructuur, stations…) geldt reeds 10 jaar een rookverbod.
De toepassing ervan is soms deplorabel, zelfs in universitaire ziekenhuizen.
Via subsidiecriteria hebben de bevoegde ministers hier de instrumenten in
handen om de hardleersen tot de orde roepen. De minister van Volksgezondheid
wees onlangs terecht de absurde eis ter subsidiëring van luchtfilters
in sportkantines af. De soms als excuus gebruikte luchtfiltersystemen
halen slechts een deel van de vaste partikels uit de omgevingsrook maar
doen niets aan de giftige gassen in de lucht.
In de privé sfeer kan de overheid niet tussenkomen.
Hier moeten de inspanningen verder gericht worden op het informeren van
(aanstaande) ouders en het brede publiek om kinderen te vrijwaren van de
ziekmakende tabaksrook. De daling van het aantal wiegedoodgevallen
in Vlaanderen wordt voor een deel toegeschreven aan de informatiecampagne
hierover door Kind & Gezin.
Bij deze OTR-problemen kan men moreel niet voorbijgaan aan wat de tabaksindustrie
met medeweten van de Westerse regeringen wil aanrichten in de derde wereld.
Door een waarschijnlijk blijvende daling van het aantal rokers in de Westerse
landen, richt de tabaksindustrie zich met een agressieve strategie op
de verbruikersmarkten in Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Als de
huidige trend zich doorzet zullen de 4 miljoen doden die nu jaarlijks vallen
door de tabaksepidemie er 10 miljoen worden in 2030 waarvan 70% in de ontwikkelingslanden.
De armste landen zullen een onredelijk groot deel van hun verzorgingsbudget
moeten besteden aan de behandeling van de ziektes die door roken worden
veroorzaak. De winst zal naar een paar ondernemingen en hun aandeelhouders
gaan. De ontwikkelingshulp die de Europese Unie aan een aantal Afrikaanse
landen zal geven via de zopas gesloten Cotonou-akkoorden zal voor een deel
in rook opgaan. Hetzelfde zal het vergaan met het recentelijk door
VN secretaris-generaal Kofi Annan bepleite internationaal fonds voor medische
bijstand en preventie voor de armste landen. Op dit ogenblik wordt
in Geneve een WGO-protocol (het zgn. Framework Convention on Tobacco Control)
onderhandeld tussen de lidstaten van de Verenigde Naties om het tabaksverbruik
wereldwijd terug te dringen. Dit protocol staat onder zware druk door
het lobbywerk van de tabaksindustrie voornamelijk via de Verenigde Staten
en Japan die politiek en financieel belang hebben bij een verhoogde tabaksconsumptie.
Wij kunnen er niet sterk genoeg op aandringen dat onze regering alles doet
om dit protocol niet te doen verwateren. Het Belgische voorzitterschap
van Europese Unie is hiervoor een goede gelegenheid.
De boodschap van de WGO over OTR kan niet misverstaan worden.
De Vlaamse en federale regering moeten deze nu omzetten in concrete beschermende
wetgeving. De controle op toepassing en naleving ervan dient gefinancierd
te worden door het verhogen van taksen op tabaksproducten: de vervuiler
betaalt. Gezien de problemen die het product veroorzaakt is een verhoging
van 0.5 euro per 2 jaar op een pakje sigaretten niet overdreven.
Tabaksgebruik is bij ons nog steeds de belangrijkste, vermijdbare oorzaak
van ziekte, handicap en vroegtijdige sterfte. Het spreekt vanzelf
dat maatregelen tegen OTR ook een gunstige invloed kunnen hebben op het algehele
tabaksverbruik.
Bij de reeds gevoerde tabakspreventiecampagnes heeft de nadruk steeds
gelegen op het stoppen met roken. De oproep van de WGO is duidelijk:
als het gaat om de volksgezondheid dient bescherming tegen passief meeroken
evenveel aandacht te krijgen.
Raf De Ryck
Verklaring van RookVrij ter gelegenheid van de Werelddag zonder Tabak
2001
Zie ook Wereldgezondheidsorganisatie