Persmededeling RookVrij vzw

30 mei 2006

 

 

Klacht tegen KVS-directie wegens overtreding van de wetgeving op het rookverbod op openbare plaatsen en op de rookvrije werkplek

 

Deze namiddag 30 mei werd door ondergetekende, in persoonlijke naam, bij de rechtbank in Brussel een klacht ingediend met burgerlijke partijstelling tegen de directie van de KVS wegens inbreuk op de wetgeving op de rookvrije openbare plaatsen en de werkplek. Twee recente bezoeken aan de KVS-Box zijn doorgegaan in tabaksrook in tegenstelling met de vernieuwde wetgeving die vanaf begin dit jaar van toepassing is.

De directie staat nog steeds toe dat er gerookt wordt in de onthaalruimtes en staat eveneens toe dat acteurs in de zaal roken.

 

Alle culturele activiteiten moeten rookvrij toegankelijk zijn. Dit is reeds zo vanaf 1990. Alleen voor horeca-instellingen geldt op dit ogenblik nog een uitzondering op de rookvrije werkplek en op het rookverbod op openbare plaatsen.

De klacht is concreet gebaseerd op twee bezoeken aan de KVS-Box: de voorstelling "Martens" op donderdag 27 april en "Blinde Liefde" op zaterdag 27 mei. In beide gevallen werd ik, zowel in het onthaal als binnen de zaal geconfronteerd met tabaksrook die, in mijn geval, mijn longen pijnlijk irriteert.

 

Rookvrij of rechtbank?

Waarom een formele klacht?

 

De ervaring leert dat alleen formele klachten voor een oplossing kunnen zorgen. Vragen en smeken doen geen enkele directie of beheerder bewegen. Op brieven krijgt men geen antwoord of in het beste geval wordt men aan het lijntje gehouden met smoezen en excuses. Dat is zo geweest met de zaak tegen De Lijn en de zaak tegen de Politie van Brussel. Het werd nog eens bevestigd in een heel recente ervaring met een ziekenhuis. Een ziekenhuisdirectie weet meer dan wie ook welke problemen passief roken veroorzaken. Alleen de dreiging "rookvrij of rechtbank" bleek de directie tot bezinning te brengen.

 

Op brieven die aan de Vlaamse regering werden geschreven kwamen weinig reacties. Van de Vlaamse minister van cultuur zelf kwam nog geen enkele reactie.

 

Bezwarende provocaties:

 

- Een federale overheidsambtenaar van de FOD Volksgezondheid (met name het perscontact dhr. Jan Eyckmans) verklaarde in een interview op 27 april dat culturele centra het niet te nauw hoeven te nemen met het toepassen van de wetgeving. Hij besloot met: "In de praktijk zal er (…) enkel opgetreden worden als er een klacht wordt ingediend". Hierbij is dat gebeurd.

http://www.vrtnieuws.net/nieuwsnet_master/versie2/nieuws/details/060427rokenoppodium/index.shtml#

- De Vlaamse Vereniging van Cultuurcentra verstuurde, als gevolg van die verklaring, op 10 mei een nieuwsbericht rond met te melding: "'Functioneel roken' op de scène is toegestaan". Niets is minder waar, noch als openbare plaats nog als werkplaats krijgt de cultuursector een uitzondering op de wetgeving. Een met belastingsgeld gesubsidieerde oproep om de wet te overtreden, is onaanvaardbaar.

 

Op deze twee provocaties verwacht ik een antwoord van respectievelijk minister Demotte en minister Anciaux.

 

Wettelijk argumenten

 

Op het wettelijke vlak (rookvrije werkplek en rookverbod op openbare plaatsen) is er alleen een uitzondering voorzien voor de horeca. Alle andere sectoren moeten de wetgeving toepassen.

 

            Rookvrije openbare plaatsen

 

Een theater moet al 16 jaar rookvrij zijn sinds het KB van 1990. Dat KB is in het verleden weinig toegepast. De tijden veranderen en sinds begin 2006 er is eindelijk een nieuwe wetgeving. Deze moet worden toegepast.

            Rookvrije werkplek

 

Geen enkele sector staat boven de arbeidswetgeving, ook niet de cultuursector. Moet er nog verwezen worden naar de professionele sportsector die een paar jaar geleden meende dat de arbeidswetgeving niet op haar van toepassing was? Een rechter maakte toen duidelijk dat de arbeidswetgeving wel degelijk van toepassing is. De uitzondering op het rookverbod op de werkvloer die ook volgend jaar nog zal gelden in een deel van de horecasector is ook op termijn niet houdbaar. Er bestaat zoiets al het gelijkheidsbeginsel in ons rechtssysteem.

 

            Gezond verstand of een culturele elite die boven de wet staat?

 

In zijn interview roept de ambtenaar van Volksgezondheid op tot gezond verstand als argumentatie voor een wetsovertreding. Mijn gezond burgerverstand zegt mij dat de wet geldt voor iedereen. De oproep van de ambtenaar is een oproep tot willekeur waarbij een culturele elite rechten zouden hebben die de gewone burger niet heeft.

Waarom mag een OCMW-bediende in Mol niet roken op haar werk. Ook zij meent dat zijn als nicotineverslaafde recht heeft op een uitzondering? (Deze getuigenis kwam aan bod in een uitzending van Recht van Antwoord op VTM)?

Waarom werd in Gent iemand veroordeeld omdat hij rookte op een openbare plaats (in de jeugdrechtbank)? Waarom mag hij dit niet en een acteur wel?

 

De federale ambtenaar vergist zich van regime, in een democratische rechtsstaat gelden de wetten voor iedereen.

 

Artistieke vrijheid en creativiteit

 

Argumenten ivm artistieke vrijheid en creativiteit zijn zwak en overtuigen niet.

De theatersector is typisch een sector die creatief omgaat met de realiteit en waar niets hoeft te zijn wat het lijkt. Een oproep doen om te mogen roken wegens de creativiteit of de artistieke vrijheid is een heel zwak excuus. Theatermakers gebruiken al hun creativiteit om te suggereren wat er niet is.

Met alle andere onderwerpen gaan theatermakers creatief om, maar rookvrij theater blijkt een taboeonderwerp te zijn waarop hun creativiteit blokkeert. Wat technisch of wettelijk gezien niet kan, wordt suggereert op een creatieve manier. Cultuur- en kunstuitingen gebeuren steeds binnen een wettelijk kader van de o.a. (brand)veiligheid en gezondheid.

Laat ons niet vergeten waarover het gaat: tabaksrook is een mengsel van toxisch en kankerverwekkende stoffen dat niet thuishoort op de werkvloer of op openbare plaatsen. Dat is de reden dat er een wettelijk verbod is. De wetgeving is er niet om rokers te pesten.

En de toneelstukken over Churchill? Met echte rokende sigaar en dus ook met echte bommen en echt bloed? Een stuk over, zeg maar, Chernobyl of het asbestschandaal, zal niet-radioactief en asbestvrij verlopen. Hiervoor zijn geen bijkomende regeltjes nodig. Elke theatermaker zal hiervoor zijn creativiteit gebruiken.

 

            Vrijheid?

 

Artistieke vrijheid is "maar" een vrijheid. Roken is ook maar een vrijheid. Recht op roken bestaat niet. Geen enkele vrijheid is absoluut maar beperkt door rechten en vrijheden van anderen. Onder die vrijheden valt ook mijn vrijheid om naar het theater te gaan zonder dat mijn gezondheid wordt. Ik ben één keer in de Bottelarij geweest. Ik had er mijn longen vol van. Mijn zin voor cultuurconsumptie in De Bottelarij was daarmee over.

De artistieke vrijheid van graffitispuiters werd heel onlangs ernstig gefnuikt door een beslissing van de federale regering. Waar is de overheidsambtenaar die daarvoor in de bres wil springen? Of hoe gevels meer waard zijn dan gezondheid.

 

Waarom is er nooit een initiatief geweest van de Vlaamse regering?

 

De Vlaamse regering engageerde zich om de kaderovereenkomst van de WGO tegen tabaksgebruik uit te voeren. De Vlaamse regering vindt meer autonomie een nastrevenswaardig doel behalve als het gaat over tabak. Dan verbergt ze zich achter het beleid van de federale regering en wil ze strikt binnen de lijntjes blijven van wat minimaal door de federale regering beslist is. Op brieven van RookVrij met de suggestie om de volledige cultuur- en sportsector rookvrij toegankelijk te maken, kwam steeds weinig reactie en geen enkele van de bevoegde minister.

Een gemeenschap of gewest hoeft niet aan het handje van de Federale overheid te lopen. Het Franstalige gemeenschapsparlement ging onlangs voor de scholen verder dan wat de Federale wetgeving voorschrijft. Ook de Vlaamse regering kan via een decreet of via subsidiecriteria de culturele sector rookvrij toegankelijk maken. Dat is het engagement dat de Vlaamse regering nam toen ze de kaderovereenkomst van de WGO tegen tabaksgebruik goedkeurde. Alleen de politieke wil ontbreekt.

 

            Een cultuurbeleid dat vermijdingsgedrag oproept is een mislukking

 

In sommige middens staat het nog steeds om anderen in de rook te zetten en wordt dat beschouwd als het summum van vrijheid. Tabaksrook is een drempel voor integratie en sluit personen uit. Als de minister cultuur toegankelijk wil maken voor iedereen, moet het taboe op rookvrije cultuurcentra snel doorbroken worden..

 

Slimme bedrijven maakten vroeger reeds gebruik van een verhuis of een vernieuwing om de zaak rookvrij te maken. Bij KVS is die kans niet aangegrepen om bij de heropening te kiezen voor rookvrij onthaal.

 

 

 

Tot slot:

- Vroegere rechtspraak over het rookverbod op de werkvloer en op openbare plaatsen heeft steeds de directie of werkgever aangewezen als verantwoordelijke voor het (doen) toepassen van de wetgeving (Arrest Brusselse politie en arrest De Lijn). Om die reden beperk ik mij tot een klacht tegen de directie van de KVS. Maar, in tegenstelling tot de juridische fantasieën van het perscontact van de FOD Volksgezondheid, is wel degelijk ook de roker in overtreding, dus ook als het een acteur of actrice is.

- Over de ventilatiemythe, de mythe dat ventilatie een oplossing zou bieden tegen het tabaksrookprobleem, wil ik het hier niet hebben.

 

 

Ik verwacht van federaal minister Demotte en van Vlaams minister Anciaux een duidelijk engagement om alle cultuurcentra en theaters effectief rookvrij toegankelijk te maken zoals wettelijk voorzien.

 

 

Raf De Ryck

Voorzitter

RookVrij vzw - Vereniging voor een rookvrije leefomgeving

mailto:info@rookvrij.be  - http://www.rookvrij.be

gsm 0476 488 562 - tel 02 522 34 74