KB betreffende de bescherming van de werknemers tegen tabaksrook
(KB van 19 januari 2005)

 

beginpagina

KB van 19 januari 2005 (pdf - tekst uit het staatsblad Nl-Fr)

KB van 19 januari 2005 (pdf - Nederlandse tekst van het KB en toelichting van de minister)

Passief roken  door Prof. R. Blanpain

Rookvrije ondernemingen  overwegingen van een preventieadviseur

Roken in instellingen met verblijfsfunctie  overwegingen van een preventieadviseur

Prevent vzw Instituut voor preventie, bescherming en welzijn op het werk

 

Indienen van een klacht

 

 

Rookvrije werkruimten en sociale voorzieningen

 

Vanaf 1 januari 2006 geldt:

 

"Elke werknemer heeft het recht te beschikken over werkruimten en sociale voorzieningen, vrij van tabaksrook."

" De werkgever verbiedt het roken in de werkruimten en de sociale voorzieningen."

 

·  Rookvrije werkruimten:

 

- Alle werkplaatsen, ateliers, bureaus waar men alleen of met meer werkt

- inkomhal, gangen, trappen, verbindingsruimtes, liften, vergaderlokalen, …

- vervoer georganiseerd door het bedrijf

- dienstwagens, werfwagens, cabines van vrachtwagens, …

- productiehallen, loodsen, werfketen en -cabines, stockeringsruimtes, …

- overdekte garages en (fiets-)parkings

- elke ruimte waar de werknemer toegang heeft

 

·  Rookvrije sociale voorzieningen:

 

- toiletten, eerste hulplokalen,

- rustlokalen en verpozingsruimten

- koffiekamers, refters en bedrijfsrestaurants

 

·  Rookverbod

 

De werkgever heeft de verplichting om er voor te zorgen dat in alle werkruimten en sociale voorzieningen het rookverbod wordt toegepast.

 

·  Sociale sector met verblijffuncties

 

Daaronder vallen allerhande instellingen uit de sociale en aanverwante sectoren waar bewoners permanent of tijdelijk verblijven: homes voor bejaarden, serviceflats, tehuizen voor personen met een handicap, centra voor bijzondere jeugdzorg, psychiatrische instellingen, gevangenissen en andere interneringscentra, …

Het principe van de rookvrije werkplek geldt ook in die sector. Elke ruimte in een dergelijke instelling is immers ook een werkplaats voor het personeel.

Alle gemeenschappelijke ruimten in die instellingen vallen onder het KB en moeten rookvrij blijven. Alleen gesloten private ruimten zoals de persoonlijke kamers en privé-vertrekken van bewoners vallen erbuiten (zie verder).

 

·  Rookkamers en rookzones

 

Als een bedrijf binnen het gebouw een rookkamer installeert of buiten het gebouw een al dan niet overdekte rookzone inricht of aanduidt, moet de binnenruimte van het gebouw steeds vrij blijven van tabaksrook. Asbakken geplaatst in een ingangsnis of aan een buitendeur waardoor de inkomhal of een gang in de rook worden gezet, kan dus niet. Dat geldt ook voor de toegang tot publieke gebouwen (ziekenhuizen, administraties, …) In de inkomhal van die gebouwen mogen geen rookslierten terechtkomen, noch van bezoekers noch van personeel, dat voor de ingang staat te roken. Uit het KB volgt dat een rookzone bij een ingang op een zodanige afstand moet geplaatst worden dat de ingang gevrijwaard blijft van rook. Uitdoofasbakken in het sas van een ingang kunnen ook niet.

 


·  Bezoekers en derden

 

De werkgever moet ervoor zorgen dat iedereen die het bedrijf of de instelling betreedt, het recht op een rookvrije werplek respecteert: personeel in onderaanneming, installateurs, herstellers, verkopers en vertegenwoordigers, bezoekers van bewoners, klanten van winkels, …

 

·  Werkplaats in een privé-woning

 

Als het personeel tewerkgesteld is in ruimten die exclusief bestemd zijn voor professioneel gebruik dan moeten deze ruimten rookvrij blijven: naaiateliers, timmermanswerkplaats, bureau van een boekhouder of verzekeringsagent, fotoatelier, reparatieateliers, opslagruimten achter een winkel, enz.

 

 

Rookkamer

 

De werkgever mag na overleg en advies van de vertegenwoordigers van de werknemers een rookkamer inrichten. Dat overleg moet gebeuren met het comité of met andere afgevaardigden van de werknemers (zie artikel 53 van de wet van 4 augustus 1996 op het welzijn op het werk). Als er in een bedrijf geen georganiseerd overleg is, geldt er automatisch een volledig rookverbod.

Het KB geeft geen recht op een rookkamer, de werkgever beslist daarover.

De regeling die uitgewerkt wordt met betrekking tot het gebruik van de rookkamer mag geen aanleiding geven tot ongelijke behandeling. Bij het gebruik van het lokaal mogen dus geen verschillen zijn i.v.m. de lengte van de rustpauzes.

 

Een rookkamer is een lokaal dat uitsluitend daartoe bestemd is. Er mogen geen andere activiteiten georganiseerd worden. Indien in het lokaal andere activiteiten georganiseerd worden, dan is het een werkruimte of een sociale voorziening.

Een overdekte garage of fietsparking uitroepen tot rooklokaal kan niet. Het is niet mogelijk om roken toe te laten in een afgesloten gedeelte van een bedrijfsrestaurant of om het roken toe te laten in een koffiekamer of verpozingsruimte. Het volledige bedrijfsrestaurant en alle koffie- of verpozingsruimten moeten rookvrij zijn.

 

Een rookkamer moet zodanig ingericht en geventileerd worden dat er geen rook kan ontsnappen naar werkruimten of sociale voorzieningen. Die moeten rookvrij blijven.

Filtersystemen om tabaksrook uit de lucht te halen, hebben enkel hun plaats in de rookruimte. Idem voor de installatie van een cabine met een rookfiltersysteem. Dat kan enkel in een aparte rookruimte, duidelijk gescheiden en onderscheiden van de werkruimte.

 

Waar geldt het KB niet

 

M.a.w. in welke werkruimten kan een werknemer op basis van dit KB geen recht op een rookvrije werkplek doen gelden.

 

·  Horeca

 

In de horecasector geldt het KB niet in de werkruimten waar de klanten toegang toe hebben en waar het roken is toegelaten: gelagzaal, danspiste, …

Alle andere werk- en sociale ruimten zoals, keukens, bergruimtes, rustruimtes voor het personeel, kantoren enz. moeten rookvrij zijn.

 

·  Persoonlijke kamers in de sociale sector

 

De gesloten persoonlijke kamers en privé-vertrekken van de bewoners vallen buiten het KB. In die ruimten kan een werknemer op basis van dit KB geen rookvrije werkplaats vragen. De vraag of iemand verplicht kan worden om zorgen te verstrekken of sociale bijstand te verlenen in een rokerige kamer wordt niet behandeld door het KB.

Anderzijds kan niemand uit het KB het recht halen om te roken in een privé-ruimte van een instelling. Het roken in privé-ruimtes moet door de directie bepaald worden via een intern reglement.

Alle gemeenschappelijke ruimten in die instellingen moeten rookvrij blijven.


·  Privé-woningen

 

In privé-woningen heeft het personeel dat in de bewonersvertrekken werkt (nog) geen recht op een rookvrije werkplaats: poets- en huishoudpersoneel, personeel voor thuisverzorging of sociale bijstand, klusjesmannen, installateurs allerhande, naaister in een naaiatelier ingericht in een woonkamer, …

Ruimten in privé-woningen die exclusief bestemd zijn voor professioneel gebruik vallen wel onder dit KB (zie hoger).

 

·  Werkplaats in open lucht

 

Een werkplaats in open lucht en het terrein rondom een bedrijf of instelling vallen buiten het KB: bouwwerf in open lucht, een binnenkoer, de open ruimte rondom de gebouwen, niet overdekte parkings, …

Indien het roken er toegestaan is door de werkgever, mag dat geen rookhinder geven binnen de gebouwen.

 

 

Verdere toelichting

 

Het KB van 19 januari 2005 gaat in essentie over 2 zaken:

1.    het recht van de werknemer op een rookvrije werkplek

2.    de verplichting voor de werkgever om een rookverbod in te stellen

 

Uit het KB kan niemand het recht halen om te roken.

 

Het KB neemt niets weg van de huidige wetgeving die reeds een wettelijke bescherming biedt tegen schadelijke, en hinderlijke stoffen op het werk en die de werkgever verplicht om de gezondheid van de werknemers te respecteren:

-   De werkgever moet de veiligheid en de gezondheid van de werknemers waarborgen. (wet van 1978)

-   Het arbeidsklimaat mag niet verstoord worden door onaangename geuren. (art 55 van het ARAB)

-   De aantasting van de fysieke integriteit valt onder de beschrijving van pesten op het werk. (wet van 2002)

 

Het nieuwe KB van 2005 bepaalt eveneens dat het KB van 1993 met het hoffelijkheidsprincipe vervalt vanaf 1 april. Vanaf die dag moeten de werkgever en het comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW) wel aan de slag om een rookbeleidsplan uit te werken. De werkgever moet het roken van tabak inperken en hij moet indien nodig maatregelen nemen om de hinder door tabaksrook uit te schakelen.

 

·  Horeca

 

De meer dan 100.000 werknemers in de horeca krijgen met dit KB nog geen recht op een rookvrije werkplek.

 

Minister van Volksgezondheid Demotte bereidt een nieuw KB voor over het roken in de horeca. Het resultaat van een nieuw KB moet zijn dat elke werknemer in de horeca dezelfde rechten heeft als die in de andere sectoren. Het uitsluiten van de horeca van het recht op een rookvrije werkplek zou immers een schending van het gelijkheidsbeginsel zijn, waartegen een juridische actie mogelijk is.

 

Ondertussen verwacht RookVrij van minister van Arbeid Freya Van den Bossche dat zij binnen de regering het principe van de rookvrije werkplek voort verdedigt. In haar verklaringen aan de pers zegt ze te hopen dat er in de horeca voort gerookt kan worden. Van een minister van Arbeid verwacht men dat zij de gezondheid van alle werknemers verdedigt.

 

 

RookVrij vzw - 31 maart 2005

 

beginpagina